De redactie van beeg.nl ontving een persbericht van de familie Spee. Daarin wordt duidelijk gemaakt hoe de familienaam Spee in Grevenbicht terecht is gekomen. De titel van het persbericht is: Hoe de familie Spee van Baarlo naar Roermond en Grevenbicht, naar Ouddorp en Sommelsdijk en naar Gouda trok.

In drie boeken over de ‘familie Spee van Baarlo’ worden de gebeurtenissen van deze familie beschreven vanaf 1441. Dan hebben Henrick Spee en Lysbeth Heer Arnt dochter, een huis met hof op een stukje land van één morgen (ca 1/3 hectare) in Baarlo bij de Kwistbeek aan de weg naar Helden. Later wordt daar een deftige hofstede, de Speenollenhof gebouwd, waar de  familie Spee tot 1750 woont.

Rond 1700 waaiert de familie Spee uit van Baarlo naar Roermond en Grevenbicht (deel1), naar Ouddorp en Sommelsdijk (deel2) en naar Gouda (deel3). Daar wonen de nazaten van Henrick Spee tot op de huidige dag.

De Baarlose historicus Piet Schinck heeft op 27 september jl. de boeken ‘familie Spee van Baarlo’ in ontvangst genomen bij het Huis Roffaert in Baarlo. In de poort van het Huis is het wapen van Maria Spee, een verre verwant van de familie van Baarlo, ingemetseld. Drie eeuwen lang speelt de familie Spee een belangrijke rol in Baarlo. Zij vervullen functies als schepen, gezworene, belastingheffer, kerkmeester, etc.

Door de verwoestingen aangericht in de Spaanse Successieoorlog (1702-1713) trekt de familie Spee weg uit Baarlo. In Roermond worden zij herbergier, werken in de textielindustrie, als schoenmaker en schoenhandelaar. In Grevenbicht werken zij in de land- en tuinbouw en runnen de busonderneming Spee. In Ouddorp en Sommelsdijk zijn zij landarbeiders, timmer­lieden en kleine middenstanders (Hotel Spee). In Gouda zijn zij werkzaam in de pijpindustrie en scheepvaart en in ambachten als blikslager, timmerman, kleermaker of loodgieter.

Ze maken oorlogen mee, economische voorspoed en tegenspoed, hongersnoden, natuur­rampen, maar ook ruzies, diefstal, beroving, ongewenste zwangerschap en boetes voor overtredingen. Deze gebeurtenissen worden geplaatst in het licht van de geschiedenis die zich in hun woonplaats afspeelt.

De boeken zijn rijk geïllustreerd met kopieën van oude documenten, afbeeldingen van schilderijen, tekeningen en oude foto’s. Zo zijn er bijvoorbeeld in deel 2 afbeeldingen opgenomen van familieportretten die gemaakt zijn door Adriaan Spee (1817-1895).

Eerder verschenen twee boeken over de ‘familie Spee van Kessel’.

De gegevens over geboorte/dopen, trouwen en overlijden/begraven van de familie Spee staan op StamboomNederland.nl  De boeken zijn opgenomen in de Koninklijke Bibliotheek, en de bibliotheken van het Centraal Bureau voor Genealogie, archieven o.a. in Maastricht en van genealogische verenigingen.

@rnold Spee, Gerard Spee, Hans Spee
familie Spee van Baarlo 1,  ISBN 978-90-822620-2-5,  € 40,-
@rnold Spee, Gerard Spee
familie Spee van Baarlo 2,  ISBN 978-90-822620-3-2,  € 40,-
@rnold Spee, Gerard Spee, René Spee
familie Spee van Baarlo 3,  ISBN 978-90-822620-4-9,  € 40,-

Informatie:

aspee@telfort.nl   Amsterdam
gerardspee@ziggo.nl   Etten-Leur
hlmc.spee@ziggo.nl   Swalmen
spee47@gmail.com   Venlo

Enkele gebeurtenissen uit de boeken familie Spee van Baarlo 1

In 1441 is Henrick Spee (dan geschreven als Spey of Spede), ridder in Wanckum, getrouwd met Lysbeth Heer Arnt dochter. Hij moet in Baarlo ‘cijns’ (heffing voor het gebruik van grond) van één hoen per jaar betalen aan de Heer van Kessel voor een huis met een morgen land (ca 1/3 hectare). Het land ligt ‘bij de gemene steeg bij de Staldijk’, tegenwoordig de Bong bij de Kwistbeek.

In 1455 is Henrick Spee ‘cijnsbeurder’ (hij int de belasting) voor Egbert van Montfort, bezitter van het Huis Baerle. Dit is een betaalde functie, waarvoor je moet kunnen lezen, schrijven en rekenen. Eens per jaar wordt op zondag van de kansel afgekondigd op welke dag de ‘cijnsers’ hun geld naar Henrick moeten brengen. Dat zijn vier adellijke families en 40 boerenfamilies. Daarnaast wonen in Baarlo nog 30 personen, voornamelijk vrouwen, die niets betalen.

Zijn zoon Henrick Spee bekleedt tussen 1481 en 1502 de functie van ‘laat’. Het land van de ‘cijnsers’ wordt de laatgronden genoemd, de heer van de laatgronden heet de grondheer of laatheer. In 1481 is Matthijs van Kessel laatheer van het Ambt Kessel. In 1328 was door Reinald II, graaf van Gelre, een laathof ingesteld. De laatheer benoemd vijf tot zeven laatschepenen, die samen de latenraad vormen. De laatschepenen zien er namens de laatheer op toe dat de overdracht en vererving van de laatgronden goed verlopen, en dat de laatheer de cijns krijgt waar hij recht op heeft. De latenraad treedt onder voorzitterschap van de laatheer op als rechtbank bij geschillen.

Arnt Spee (overleden 1569), kleinzoon van Henrick de laat, is (waarschijnlijk de eerste) pastoor in Baarlo. Hij is ook biechtvader van Heer Gerart van Kessel genaamd Roffart, die het Huiske Oijen in Kessel-Oijen bewoont.

In 1546 hertrouwt Gerart van Kessel met Neesken Bruunss. In het Huiske Oijen beloven zij dat hun kinderen uit hun eerdere huwelijken in gelijke mate zullen erven. Daarna gaan zij naar buiten (‘onder de blote hemel’) waar op het plein een podium staat opgesteld, waarvoor een menigte Baarloërs is verzameld. Ten overstaan van hun biechtvader Arnt Spee herhalen zij in het openbaar de huwelijkse voorwaarden.

In zijn testament schenkt Arnt Spee 40 daalders aan de kerk van Baarlo voor een jaargetijde (jaarlijkse herdenkingsmis). Het is aanvankelijk een zingende mis met vigilie, gehouden door 10 priesters. Honderdvijftig jaar na Arnts overlijden is de mis gereduceerd tot één pastoor, die daarvoor één gulden krijgt. De koster krijgt 10 stuivers.

Het huis van de familie wordt verbouwd tot een ‘deftige hofstede’, die naar Arnt (Arnold) de Speenollenhof wordt genoemd. Niet ver daarvandaan bezit de familie ook de Spee Geerten­hof, genoemd naar Gaert Spee (ca 1570-ca 1638), geërfde van Baarlo.

Jan Spee (1562/3-1638) is in 1609 betrokken bij een ordinaire beroving van een inwoner van Baarlo. Het is de tijd van de tachtigjarige oorlog (1568-1648) en uit vrees voor rondtrekkende muitende troepen, wordt de wacht gehouden over het land. Eén van die wachtlopers, Geerken van de Krochthoven, wordt door Jan Spee met zijn moeder Aletien met geweld ontvoerd, en vervolgens beroofd van ‘alles wat hem toekwam’.

Ondanks deze faux pas wordt Jan Spee schepen van Baarlo, en als zodanig lid van de schepenbank. De schepenbank heeft een gerechtelijke taak, verstrekt acten van attestatie en overdracht van goederen, en int de lokale belastingen.

In 1633 eisen de gevreesde Kroatische huursoldaten dat Baarlo hen ‘onraadpenningen’ betaalt in ruil voor bescherming. Als het geld niet snel genoeg naar hun zin wordt betaald, nemen zij een aantal vooraanstaande dorpelingen gevangen. Ook Jan Spee wordt gegijzeld, en vier dagen gevangen gezet in Roermond.

Berta Spee, geboren ca 1570, de zus van Jan Spee, trouwt met Peter in de Diepenbroeck. Peter ontleent zijn naam aan zijn geboorteplek; de pastoor heeft in deze tijd de gewoonte om de personen de naam te geven van de plek waar ze wonen.

Peter in de Diepenbroeck en Berta Spee verhuizen naar het Beecker goed aan de Kwistbeek. Hun zoon wordt daarom als Jan Verbeeck gedoopt. Om hem te onderscheiden van anderen die ook Verbeeck heten, krijgt hij de bijnaam Spee mee: Jan Spee Verbeeck. Op deze manier wordt de naam Spee via de vrouw doorgegeven. De nazaten van Jan Spee Verbeeck heten Thijs Jansen genaamd Spee, en vervolgens Andries Spee.

De jaarlijkse herdenkingsmis voor Peter in de Diepenbroeck en Berta Spee wordt op 9 november gehouden. De pastoor krijgt hiervoor één schelling.

Thijs Jansen genaamd Spee (ca 1640-1725) wordt pachter van de Hof van Willem Duijcken, ambtman van Wachtendonck, in Kessel-Oijen. Hij heeft 45 schapen en 19 lammeren.

Hij heeft een knecht in dienst die in 1679 wordt beboet wegens belastingontduiking. Thijs zelf krijgt in 1691 een boete van twee goudguldens omdat hij, tegen de regels, zijn hond los heeft laten rondlopen.

Thijs heeft de functie van schatheffer in Baarlo. Een schatheffer int de belastingen, zorgt er voor dat de interest betaald wordt door hen die geleend hebben van het dorp en dat de overige uitgaven worden gedaan. De schatheffer is niet in dienst van het dorp, maar het ambt wordt jaarlijks aanbesteed tegen een bepaald percentage van de opbrengst van de belastingen, gewoonlijk 4 à 5 procent.

In deze tijd is het de gewoonte om ‘vereringen’ te doen aan regionale bestuurders. Een delegatie van het dorp reist dan naar Roermond, beladen met geschenken, om belangrijke zaken te bespreken. In 1696 valt die eer te beurt aan Thijs Spee en Jan Spee (uit Bree), die 36½ pond boter en 5 kuikens brengen naar de stadhouder, Johan Frans Desideratus van Nassau, voorheen generaal in Spaanse dienst.

In 1724 maakt Thijs zijn testament op. Allereerst wil hij graag dat er na zijn overlijden 10 missen gelezen worden. Omdat zijn zoon Andries en zijn vrouw ’tijdens zijn indispositie menigvuldige diensten en overgrote moeiten hebben verricht’ erven zij de roerende goederen. Dat zijn onder andere een paard met kar, ploeg en eg, de beesten en gewassen, de bedden met toebehoren, koperen en tinnen borden en de kist met kleren. De schulden en obligaties zullen over de drie kinderen verdeeld worden. Kleindochter Cornelia krijgt de zilveren lamp en een zilveren ketting.

Deze tak van de familie Spee verhuist naar Grevenbicht. De eerste is Joannes Spee, geboren 1740 in Baarlo, de achterkleinzoon van Thijs Jansen Spee. Hij krijgt bij zijn verhuizing een verklaring van goed gedrag mee, afgegeven door de scholtis en schepenen: ‘Wij attesteren dat Joannes Spee van eerlijke en fatsoenlijke ouders is geboren, de welke altijd ten goeden naam en faam hebben gestaan. En dat op het comportement (gedrag) van Joannes Spee nooit iets is te zeggen geweest, dat verder Joannes Spee zich zodanig heeft gedragen als een eerlijke en deugdzame jongeman betaamt, waardoor wij onze attestatie niet hebben kunnen weigeren maar gaarne medegedeeld.’

Joannes Spee trouwt in 1740 met Lucia Grusen uit Grevenbicht.

De zoon van Joannes Spee, Theodorus (1782-1858) woont op De Weijer. Hij pacht ook een stuk land van de kerk, de Endegsoel.

Theodorus Spee wordt bakker. Aan de straat ligt zijn verkoopruimte, daarachter ligt de bakkerij. In houten troggen maakt hij zijn deeg klaar. Voor tarwebrood gebeurt het kneden met de hand, voor roggebrood met de voeten. Op een werktafel worden de deegstukken  vervolgens gevormd en op een daarboven opgehangen balans afgewogen. Het brood wordt op de ovenvloer gebakken. Omdat het vanzelfsprekend wordt gevonden om bij het ontbijt vers brood te eten, moet de bakker in de nachtelijke uren met zijn werk beginnen om het op tijd klaar te hebben. Als de bakker zijn eerste baksel uit de oven haalt, maakt hij dit aan zijn buurtbewoners kenbaar door op zijn bakkershoorn te blazen.

Johannes Spee (1814-1887), zoon van Theodorus, is tuinder en koster in Papenhoven. Ook zijn zoon Louis (1868-1915) is landbouwer en koster.

In 1900 wordt de Harmonie St. Cecilia opgericht. De eerste repetities vinden plaats bij de familie Spee in de Raadhuisstraat.

In 1904 wordt het Gemengd Kerkelijk Zangkoor St. Caecilia opgericht, en wordt Louis Spee zangmeester. In 1907 wordt de nieuwe kerk van Grevenbicht gebouwd naar ontwerp van Jos Cuypers en Jan Stuyt. De wijding van de nieuwe kerk wordt opgeluisterd door het zangkoor St. Caecilia onder leiding van zangmeester Louis Spee. Hij oefent deze functie uit tot zijn dood in 1915.

Louis Spee sticht een jaargetijde (jaarlijkse herdenkingsmis) van f 250.

Jacobus Spee (1894-1943) werkt aanvankelijk in het landbouw­bedrijf van zijn vader Louis en geniet kost, kleding en inwoning, maar geen loon in geld. Daarnaast is hij koster van de kerk van Grevenbicht. Daarmee verdient hij f 240 aan salaris en f 80 aan toevallige baten als lijkdiensten etc. Hij volgt zijn vader in 1915 op als ‘zangmeester’, en ontvangt daarvoor f 350 per jaar.

In 1921 rijst de vraag of Jacobus zelf de zegels op zijn rentekaart moet plakken (en betalen) voor zijn ouderdomspensioen en invalidi­teits­­uitkering, of dat dit de taak van de kerk is. Uiteindelijk wordt het kerkbestuur veroordeeld tot het betalen van f 5,40, en plakt 9 zegels van 60 cent. (PAPG-57)

Jacobus sticht een jaargetijde (jaarlijkse herdenkingsmis) van f 250 (PAPG-68).

Leo Spee (1903-1986) is boer, en start in de jaren 30 de busonderneming Spee, die een lijndienst onderhoudt tussen Grevenbicht en Sittard. Maar na een paar jaar krijgt hij geen vergunning meer ten gunste van de Limburgse Tramweg Maatschappij. De bus wordt onderweg naar Sittard door de politie tegen gehouden en de chauffeur opgebracht.

Leo Spee brengt daarna mijnwerkers van Grevenbicht naar de mijnen. In 1926 raakt een bus op de weg van Born naar Grevenbicht in brand. Gelukkig zaten er geen passagiers in de bus. De chauffeur kan zich nog tijdig redden. Van de autobus blijft niets anders over dan een geraamte.

En andere keer, als de chauffeur de bus bij het veer in Maasbracht heeft neergezet en naar de overkant was gegaan, hoort hij plotseling dat de motor aanslaat. Een onbekende rijdt 200 meter met de bus tot die in brand vliegt. De onbekende weet uit de brandende bus te komen, hoewel zijn kleren al vlam hadden gevat, en ontsnapt in de duisternis. De bus, ter waarde van f 15.000, verbrandde geheel.

Het loopt niet goed met de busonderneming en uiteindelijk gaat Leo Spee failliet. Hij wordt daarna buschauffeur.

Jeanne Smeets-Spee (1931) wordt in 2008 gekozen tot vrijwilliger van het jaar en ontvangt de prijs uit handen van de burgemeester van Sittard-Geleen.

In Grevenbicht kent iedereen haar. Ze coördineert verscheidene collectes en is meer dan 60 jaar actief in de Katholieke Vrouwenbond. Ook bekleedt ze bestuursfuncties in de kerk en  talloze maatschappelijke organisaties. Dat levert haar een lintje en een pauselijke onder­scheiding op.

Jeanne is een vrijwilliger van het oude stempel. ‘Bij ons op de boerderij werd AANPAKKEN met hoofdletters geschreven. Bovendien peperden vader en moeder ons in dat we vooral veel goed werk moesten doen. Aan die les heb ik mijn hele leven gehoor gegeven. Want wat is er mis mee om iets voor een ander over te hebben?’

familie Spee van Baarlo  1

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here